Bert Buring blikt terug op 50 jaar Kennemer Theater
Het is een bijzonder jubileumjaar voor het Kennemer Theater. Wie kan dat verhaal beter vertellen dan de eerste directeur: Bert Buring. Met zichtbaar plezier en een flinke dosis nuchterheid blikt hij terug op de beginjaren, de groei en de ziel van het theater dat hij omschrijft als “mijn kindje”.
“Ik kom zelf eigenlijk niet uit Beverwijk”, vertelt Bert lachend. “Ik woonde in Appelscha en werkte daar bij een pretpark waar ik met een mede-eigenaar de vele horeca naar een hoger niveau bracht. Toen zag ik in de Volkskrant een vacature voor directeur van De Nieuwe Slof in Beverwijk. Ik wist niet eens precies waar Beverwijk lag.” Hij solliciteerde en met succes. In juni 1976 verhuisde hij met zijn gezin naar Beverwijk, klaar voor een nieuw avontuur.
De wortels van het theater gaan echter verder terug. In 1968 werd cultureel centrum De Slof geopend aan het Raamveld. Na een verwoestende brand in 1974 verrees in 1976 een nieuw gebouw aan de Kerkstraat: Ontmoetingscentrum De Nieuwe Slof. “Die naam komt van een aardbeienslof. Historisch gezien zijn Heemskerk en Beverwijk nauw verbonden met de aardbeienteelt”, legt Bert uit.
Groots voor Beverwijk
Op 6 november 1976 werd het nieuwe Ontmoetingscentrum feestelijk geopend. Buring: “De commissaris van de Koning in Noord-Holland was erbij, er was een receptie en ’s avonds een voorstelling. Het was best groots voor Beverwijk. Toch was het in de kern nog geen theater. De Nieuwe Slof was een sociaal-cultureel centrum, met allerlei commissies en verenigingen die meepraatten. Ik was commerciëler ingesteld en heb het stap voor stap omgevormd naar een echt theater.” Dat ‘omturnen’ bleek cruciaal. Onder Berts leiding groeide het sociaal-culturele centrum uit tot een volwaardig theater.
Alles zelf
De beginjaren waren improviseren. “Er was nog geen computer, geen reserveringssysteem. Mensen kwamen gewoon op de avond zelf naar de voorstelling. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” Bert schiet ervan in de lach: “Ik deed alles zelf. Als artiesten als Pim Jacobs en Rita Reys kwamen optreden, dan zat ik achter de lichtknoppen. Er waren geen technici. Ook de boekhouding deed ik zelf. Later kreeg je de ‘digitale snelweg’ met computers en reserveringssystemen. Maar ik heb zelf nooit een computer op mijn bureau gehad. Ik schreef alles op een blocnote, ook de teksten voor het seizoensmagazine schreef ik met de hand. De dames op kantoor tikten het netjes uit.” Dat magazine was vanaf het begin een belangrijk middel om publiek te bereiken en werd door de theatermedewerkers en vrijwilligers op de fiets rondgebracht.
Langzaam maar zeker groeide De Nieuwe Slof uit tot een bekend en serieus theater. Grote namen betraden het podium. “Daar ben ik nog trots op. Van Mies Bouwman tot Cox Habbema, later ook Herman Finkers, Youp van ’t Hek en Golden Earring”, vertelt de oud-directeur. Opvallend: Buring boekte alles zelf en ging alleen naar vele theaters in het land om voorstellingen te bekijken. Zijn ondernemerschap ging in de loop van de drieëntwintig jaar als directeur bij het theater verder dan alleen voorstellingen. “Ze hebben me wel eens een ‘cultuurbarbaar’ genoemd, omdat ik autoshows naar het theater haalde. Het was een groot succes, overal stonden auto’s. En we organiseerden ook antiekbeurzen en diners. Soms was het diner nog niet klaar voor de voorstelling begon en dan gingen mensen in de pauze terug naar hun gereserveerde tafel voor het dessert. Prachtig toch?”
Kennemer Theater
Het gebouw zelf groeide mee met de ambities. Al na vijf jaar sinds zijn aantreding kwam er een verbouwing en ontstond de grote zaal met zeshonderd stoelen. Later werd de foyer uitgebreid en in de jaren tachtig opnieuw vergroot. Eind jaren negentig volgde een ingrijpende verbouwing van het toneel en de kleedkamers. In 1999 kreeg het theater de huidige naam: Kennemer Theater, om een bredere, regionale uitstraling te benadrukken. Bert: “Tijdens de grote verbouwing lag het theater twee jaar stil. Ik was 63 jaar en maakte de bewuste keus om met pensioen te gaan.” Hij droeg het stokje over aan Arjaen Kersten. “Nu is Rob Spannemaker directeur. Mooi om te zien dat het theater in goede handen is.”
Genieten van cultuur
Hoewel Bert Buring inmiddels 91 jaar is en niet meer naar voorstellingen gaat, blijft zijn band met het theater sterk. “Ik loop nog wel eens binnen voor een praatje.” Zijn trots is voelbaar in elk woord. “Ik zie het echt als mijn kindje. Ik heb van een sociaal-cultureel centrum een volwaardig theater gemaakt. En dat het na 50 jaar nog steeds zo goed gaat, daar ben ik blij om.”
Zijn wens voor de toekomst? “Misschien ooit een nieuw gebouw met meer hoogte en moderne faciliteiten, zodat het theater klaar is voor de toekomst. Als de mensen hier maar van cultuur kunnen blijven genieten. Daar is het allemaal ooit mee begonnen.”
Tekst: Marije Smit